Willem Bastiaan Tholen in Dordrechts Museum: Holland op zijn mooist wacht op heropening

Willem Bastiaan Tholen, Zelfportret in bosrijk landschap, 1895, Dordrechts Museum, schenking Bedrijfsvrienden Dordrechts Museum

Door Gerda J. van Ham

Iedere kunstliefhebber kent het dubbelportret van de twee lezende zusjes Arntzenius op een wijnrode chaise longue uit Museum Gouda. Wie schilderde deze jonge vrouwen die zo aanstekelijk aan het lezen zijn? Dat is de minder bekende Willem Bastiaan Tholen (1860-1931), schepper van een fijngevoelig oeuvre. Te zien in het Dordrechts Museum, hopelijk weer vanaf 6 april.

Willem Bastiaan Tholen, De gezusters Arntzenius,1895, bruikleen Museum Gouda

Tholen is een begenadigd schilder, tekenaar en graficus. Hij woonde in Den Haag maar behoorde officieel niet tot de Haagsche School. Een groot deel van zijn leven bracht hij door in de ‘Kanaalvilla’ aan de Haringkade, naast de Scheveningse Bosjes. Tot de ‘beruchte’ stroming van de Tachtigers hoorde hij evenmin. Dat waren wereldse en weinig burgerlijke heren als de dichter Willem Kloos en schilders als Willem Witsen, Jan Veth, George Breitner en Isaack Israels. Tholen wordt dan wel niet ingedeeld bij de Tachtigers, maar volgde hen wel op de voet. Zijn leven veranderde drastisch toen hij als jonge kunststudent Willem Witsen ontmoette op de Amsterdamse Rijksacademie. Witsen is onder de indruk van zijn talent en introduceerde hem bij zijn familie en vrienden op het landgoed Ewijkshoeve nabij Baarn. Vanaf dat moment besefte Tholen dat er twee typen kunstenaars zijn. Zij die uit gegoede kringen komen, zoals Willem Witsen, en zich niet hoeven in te spannen voor hun dagelijkse broodwinning. En zij die dat wel moeten. Hij zelf hoorde bij die laatste categorie. Als tekenleraar in Gouda en Kampen verdiende hij slechts 1400 gulden per jaar. Wanneer hij later een goed schilderij verkocht, kon hij de helft van zijn jaarsalaris bijschrijven.

Willem Bastiaan Tholen, Moestuin en kas van de Ewijkshoeve, 1895, particuliere collectie Dordrecht

Op Ewijkshoeve werd de Nederlandsche Etsclub opgericht, waaruit hechte vriendschappen ontstonden en talloze brieven werden geschreven over heikele kwesties als drukinkten, afgeslagen etsplaten, en het gebruik van zink, koper of aluminium. Die brieven staan ook vol met intrigerende ontboezemingen en smeulende conflicten. Tholen zou op Ewijkshoeve zijn zeventien jaar oudere vrouw Coba Muller ontmoeten. Coba raakte op Ewijkshoeve innig bevriend met Cobi Witsen, de zuster van Willem Witsen. Deze Cobi ontfermde zich over de bevriende weduwnaar Bram Arntzenius die zijn vrouw verloor na de bevalling van een drieling. Er waren nu opeens zes kinderen Arntzenius en de twee families besloten te gaan samenwonen in de Kanaalvilla in Den Haag (op de plek waar nu Madurodam is aangelegd). Cobi bleek weinig talent te hebben voor het aangetrouwde moederschap, zodoende ontfermden Coba en Tholen zich voornamelijk over de kinderen. Zij blijken dankbare onderwerpen te zijn voor talloze intieme tekeningen. Op een schetsblad staan er vijf afgebeeld, vier meisjes en een jongen. Met deze Paul kon Tholen het uitermate goed vinden. Ze zeilden vaak samen op de Zuiderzee. Paul zou later ook gaan schilderen, onder de bezielende leiding van Tholen, die een groot vertrouwen en rust uitstraalde als het zijn vak betrof. Zelf bleef het echtpaar Tholen kinderloos.

Willem Bastiaan Tholen, Gezicht op de Veerstraat in Oude Wetering met boten,1904, Fondation Custodia, Collection Frits Lugt Parijs

Van deze emotionele verwikkelingen is weinig te merken in het uitgebalanceerde oeuvre van Tholen. Van alledaagse en ogenschijnlijk nietszeggende stukjes natuur en stadsgezichten kon Tholen een meesterlijk kunstwerk destilleren. Niet voor niets heeft de expositie de titel: Een gelukkige natuur. Die titel slaat op de ongecompliceerde Tholen zelf. En op zijn loyaliteit naar zijn schildersvrienden. En op de natuur zelf. Tholen schilderde en tekende de natuur rondom Kampen, Giethoorn en de stille stadjes aan de Zuiderzee alsof de tijd stil stond. Geen enkele rokende schoorsteen van een fabriek, of nieuwbouw detoneert het romantische beeld van zonnige weggetjes, spelende kinderen in witte schortjes, ruisende bomen of kuierende wandelaars. Vooral zijn schilderijen en tekeningen uit zijn geliefde Giethoorn spreken tot de verbeelding. Inmiddels komen er de nodige Chinese toeristen naar dit lintdorp beroemd om zijn hoge bruggen en talloze kanalen en dwarskanalen. Bij Tholen is de enige bedrijvigheid te herleiden tot een punter met hoog opgetast hooi die zich een weg baant langs de dichtbegroeide beschoeiing. Een sliert vogels vliegt op, een molenwiek steekt af tegen de bewolkte avondlucht, een kerktoren verdwijnt in de ochtendmist. De boze wereld wordt op gepaste afstand gehouden.

Willem Bastiaan Tholen,Molens bij Giethoorn,1882-1885, bruikleen particuliere collectie Lanaken, België

Bij Tholen geen kroegen en straatslijpende prostituees, zoals bij de Tachtigers. Alleen vrede en rust. Onthaaste plekjes aan de Zuiderzee, waar hij langs zeilde met zijn platbodem Eudia. Graag meerde hij zijn schip met kajuit aan om op de pier onder een witte parasol te gaan tekenen of schilderen. Hij tekende een dukdalf, de pier zelf met vissers of enkele boten met tuigage. Wat opvalt is zijn vaste hand van tekenen. Tholen had op de Delftse Polytechnische School een jaar onderwijs gevolgd in technisch tekenen. Hij kon letterlijk alles tekenen, zelfs de onderwerpen met de moeilijkste oversnijdingen, een vermolmde plank van een vervallen huis tot de balkenconstructie van een papierfabriek. Zijn perspectief is altijd overtuigend. In Tholens werk kun je wandelen, klauteren, schaatsen en liggen in de wei met een zee van madeliefjes aan je voeten. De koeien slaan met hun staart de vliegen weg. Het ruikt naar hooi en koeienmest.

Willem Bastiaan Tholen, Schrijvende vrouw (Coba Tholen-Muller) in interieur (Ewijkshoeve), 1895, bruikleen Museum Gouda

Zijn Brusselse leermeester Paul Gabriël waarmee Tholen vaak heeft geschilderd in Giethoorn en Kampen stelde nadrukkelijk: ‘Het moet uit u zelve komen, gij mag tot geen school behoren.’ Aan die oproep heeft Tholen gehoor gegeven, blijkt uit zijn werk. Tholen is geen directe navolger van de Haagsche School, zijn kunstenaarsblik is afwisselender en moderner, reden waarom hij impressionistische invloeden onderging. Dat is vooral lastig om te beseffen omdat hij geen echte modernist was, zoals Mondriaan, Van Dongen of Sluijters. Tholen is een ‘l’art pour l’art’ kunstenaar met originele composities en gevoel voor stemming. Zijn inkijkjes in het slachthuis zijn even helder geschilderd als zijn uitzicht op de tuin en de volière vanuit de Kanaalvilla, ook wel vogelvilla genaamd. Die vogelvilla staat magnifiek afgebeeld op een litho.

Willem Bastiaan Tholen, De Vogelvilla, bruikleen particuliere collectie

Tholen plukte wel de vruchten van zijn verfijnde en stemmige werk, want de kunsthandelaren stonden in de rij. Inmiddels waren de kunstwerken van de Haagsche School nauwelijks meer te koop of verscheept naar het buitenland. En Tholen vulde met zijn typerende Hollandse onderwerpen deze leemte. In dat opzicht wordt hij in de uitstekende catalogus een pragmatische netwerker genoemd die te maken krijgt met de internationale kunsthandelaren van naam en faam, zoals Boussod/Valadon & Cie, Buffa en Van Wisselingh. Tersteeg van Boussod, een oom van Vincent van Gogh, verkocht het werk van Tholen zelfs door aan andere handelaren. En The French Gallery met de heer Peacock aan het roer, zag zijn afzetmarkt gestaag groeien, speciaal onder de industriëlen in de Verenigde Staten en Canada. Zo verdween veel werk van Tholen naar particuliere collecties in Montreal, Ottawa, Toronto en New York.

Willem Bastiaan Tholen, Boomschuiten op het strand van Scheveningen, ca. 1889

Rond zijn veertigste kenterde in de kunstkritieken het tij voor Tholen. Het werk bleef beschaafd, zei men, maar miste iets van de sprankeling van het vroegere werk. Dat vroegste werk maakte hij op Ewijkshoeve. Hij etste een zonnige tuin met broeikassen en een gieter. Of tekende een weelderige tuin met vervallen schuur en omgevallen boomtak. Die ongekunstelde puurheid mist zijn latere geschilderde werk enigszins. Mogelijk zorgde hij onder druk van de rivaliserende kunsthandelaren voor een overproductie en herhaalde hij vroegere thema’s. Maar in zijn tekenboekjes staan pareltjes van eenvoudige observaties, zoals de veenarbeiders bij de afgravingen rondom Giethoorn. Ook zijn tekeningen op groter formaat blijven spontaan van aard. Zoals de rake potloodlijnen van de droogrekken in de Papierfabriek de Stinkmolen (uit de collectie van Boijmans Van Beuningen) waar vellen papier hangen te drogen. Door de ramen en kieren van de fabriek gloort licht. Dat licht scheert naar binnen door korte likjes aangelengde witte verf. Op de grond een confetti van lichtreflecties. Het zijn adembenemende tekeningen, met vermolmde houten balkenconstructies en hoge wanden vol gedroogde vellen.

Willem Bastiaan Tholen, Aan de slootkant, bruikleen particuliere collectie Dordrecht

Tholen legde een verdwenen deel van Holland vast. De beelden van Enkhuizen, Kampen en Giethoorn behoren definitief tot de verleden tijd. Zijn eerste biograaf Gerard Knuttel roemde zijn oprechte fijnzinnigheid. Ook zijn kleine olieverfschetsen die hij in de buitenlucht schilderde (en plein air) in de binnenkant van zijn schilderdoos zijn tijdloos en raak getroffen. Toen zijn vrouw Coba na een lang ziekbed in een sanatorium stierf, hertrouwde Tholen met de adellijke Lita de Ranitz die 17 jaar jonger was dan hijzelf. Inmiddels was de inwonende familie Arntzenius vertrokken. Er zijn zelfs filmbeelden te zien waarop Tholen zijn hond uitlaat en de vogels voert met brood dat hij uit het raam gooit. De villa baadt in het gouden zonlicht, zijn nieuwe vrouw oogt jong en levenslustig. Inmiddels hoeft Tholen zich nauwelijks meer te bekommeren over zijn financiële positie. Voor het portret dat hij van koningin Wilhelmina schilderde, ontving hij het astronomische bedrag van 8000 gulden. Helaas kreeg hij tijdens een poseersessie op Paleis het Loo een kleine beroerte. En in 1931 zou hij na een tweede beroerte komen te overlijden. Zijn jongere vrouw Lita zou zijn werk onderbrengen in diverse musea en genereus uitlenen voor exposities.

Willem Bastiaan Tholen, Elisabeth of Dora Arntzenius als kind op een arm geleund, bruikleen Rijksmuseum Amsterdam

’t Is het moment dat blijft, de eeuwigheid is wat vergaat’. Een opmerkelijke zin uit een gedicht van Jan Eijkelboom dat het poëtische werk van Tholen goed beschrijft. Gelukkig is Tholen met deze prachtige expositie, (eerder te zien in Fondation Custodia in Parijs) weer terug in de schijnwerpers. Dankzij vereende krachten van kunsthistorici en museummedewerkers hangt een groot deel van zijn oeuvre, merendeels uit privébezit (zelfs van heinde en verre) nu in het Dordrechts Museum. Holland onder wolkenluchten, Holland op zijn mooist.

Willem Bastiaan Tholen, Een gelukkige natuur, t/m 1 juni, Dordrechts Museum, www.dordrechtsmuseum.nl

 

Reageren