Door Antje von Graevenitz
Jongeling Narcissus in het Rijksmuseum kijkt schuchter over een omhooggetrokken schouder naar beneden.Hij heeft een bekende naam door een van de gedichten die de Romeinse dichter Ovidius (43 v.Chr.- 17 n. Chr.) onder de titel ''Metamorfosen'' schreef. De Italiaanse uitgave verscheen pas in 1479. Het is een tragisch verhaal omdat Narcissus, die de liefde van anderen altijd had afgewezen, tijdens een jacht opeens zijn gezicht in spiegelbeeld in een vijver ontdekte en onsterfelijk verliefd raakte. Door eigenliefde raakte hij in een diepe depressie en verloor elke levensmoed. Tenslotte veranderde hij in een bloem en in marmer versteend in onsterfelijke kunst. De tentoonstelling “Metamorfosen” in het Rijksmuseum toont zijn transfiguratie in een anoniem Romeins beeldje uit de 2e eeuw n. Chr. Het is hier hoog op een voetstuk geplaatst, vanwaar de jongeling nu niet meer schuchter in het “water” kijkt, maar zogenaamd in naar boven gerichte ogen van de bezoekers. Zou hij zich daarin opnieuw kunnen weerspiegelen?
Zulke en andere vragen komen bij je op in deze buitengewone tentoonstelling over gedaantewisselingen van vooral mythische goden en stervelingen. Als hoofdthema werden ze hier bijeengebracht door Rijksmuseum-curator Frits Scholten en Francesca Cappelletti, directeur van het museum Galleria Borghese in Rome: schilderijen, sculpturen, tapijten, kunstnijverheid en verder zelfs foto’s en video’s. Nauwelijks te overtreffen zijn de namen van hun kunstenaars: Michelangelo, Titiaan, Caravaggio, Correggio, Cellini, Tintoretto, Bernini, Poussin, Rubens, Rodin, Brancusi, noem maar op. Het haast onmogelijke werd hier waargemaakt in een nauwe samenwerking. Het Rijksmuseum maakte er zelf een metamorfose mee door als museum van wereldwijdse allure zoals het Louvre. Ook eigentijdse creaties werden erbij betrokken, bijvoorbeeld Louise Bourgeois met haar bronzen spinnenpaar uit 2003. Hun spitse benen raken bijna die van de bezoekers. Als contemporaine kunstenaars ontdek je verder werken van Noguchi, Ana Mendieta, Ulay en Juul Kraijer. En ook een foto-serie van de Pool Roman Opalka waarop zijn gezicht van jong naar oud verandert. Het lijkt een wat al te simpele metamorfose. Zulk gewone menselijke verandering vormt een uitzondering in deze presentatie, die voornamelijk verhalen van Ovidius als leidraad volgt en daarmee plotselinge gedaantewisselingen met onvoorziene gevolgen als angst, pijn, vreugdes en verdriet.
Er is zichtbaar een strategie voor de expositie gehandhaafd: zowel begin als einde wijzen op een plan. Naast twee opengeslagen boeken van Ovidius boekuitgaven (die trouwens Karel van Mander in 1604 tot een eigen, in de Lage Landen veel gelezen boek inspireerde) begint de tentoonstelling met een bokaal uit ca. 1650. Een minieme voorstelling op de steel van deze geëmailleerde tazza toont de dieptreurige Orpheus. Nadat hij zijn al overleden gemalin Euridyce door eigen schuld voorgoed aan de onderwereld had verloren nadat hij daar haar blik had opgevangen, wat absoluut niet mocht en haar dus niet meer terug kon halen, bleef hem niets anders dan troost in de muziek van zijn lier en gezang te zoeken. Dat deed hij zo wonderschoon dat de dieren zich vreedzaam om hem verzamelden om te luisteren, zo vertellen ook de makers van dit bokaal.: Georg Lotter I en II. Orpheus werd kunstenaar. Als bezoeker van de tentoonstelling beluisteren we weliswaar niet zijn muziek, maar wel volgen we nu verder de fantasierijke imaginaties van Ovidius, de afzonderlijke liefdesverhalen van god en mens zoals bij Leda, Io en Danaë. Ook wel de ongelukkige Daphne, die de wilde aanzoeken van de god Apollo alleen kon ontvluchten door in een boom te veranderen. Of neem de afgrijselijke wreedheid bij Perseus en Medusa of Minerva en Arachne. De laatsten figureren ook in het Rijksmuseum: voor Minerva /Athena deed zich daarbij voor, dat de menselijke weefster Arachne met haar handwerk iets kon creëren dat mooier en perfecter was dan alle goddelijk kunst op dit gebied. Hoewel ze dit oorspronkelijk juist van deze godin had geleerd. Minerva werd dan ook erg boos en strafte haar wreed. Door zowel Tintoretto als Rubens ontdekken we in een van de zalen intensieve verbeeldingen van het verhaal, die in niets op elkaar lijken. Talrijke andere metamorfosen passeren de revue en geen kunstwerk is hier veel mooier dan het andere. Zaalteksten helpen dat je de rode draad van de meest merkwaardige mythes goed kan volgen en daarbij niet vergeet dat de kunstwerken geenszins illustraties bieden, maar steeds eigen interpretaties en invalshoeken, nieuwe toevoegingen en steeds nieuwe bijzondere uitbeeldingen.
Zoals Orpheus aan het begin vormt ook het einde van de tentoonstelling een uitgang voor de bezoeker met belangrijke betekenissen. Je voelt dat de curatoren hiervoor iets extra’s hadden uitgekozen. In de kleine laatste zaal hangen twee schilderijen tegenover elkaar: Op het een ervan voeren Apollo en Marsyas een gruwelijke strijd, waarbij de Griekse God is begonnen met een mes de huid van een hybride Satyr, hij als mengeling van mens en bosbeest, af te snijden. Je meent het gekrijs van Marsyas te kunnen horen, zo intens is de scene door Luca Giordano in 1696 verbeeldt. Hier strijdt de rede, waarvoor Apollo staat, tegen de onvatbare fantasie, die Marsyas vertegenwoordigt. Ook in politieke zin vindt dit gevecht plaats: De polis van Athene in Griekenland vecht op het schilderij zogenaamd tegen Phrygië (het huidige Turkye). Volgens de mythe wint hier de rede. Heel anders is de sfeer tegenover op het schilderij “La modèle rouge III” uit 1937 van de Belgische surrealist René Magritte. Het laat een stille, meer poëtische vertoning zien van een paar laarzen die uitmonden in roze blote voeten. Hier wint de gevoeligheid van de fantasie het van de rede.
Vermoedelijk zijn de “ratio” van de verlichting en de gevoeligheid van het humanisme de idealen die curator Frits Scholten met dit einde van de “metamorfosen” aan de kijker wil meegeven. Het is zijn laatste tentoonstelling in het Rijksmuseum. Zo kan je zijn leuze voor de tentoonstelling “Alles verandert, niets gaat teloor”, geleend van Orvidius , voor hem ‘metamorforseren’ in: “Alles verandert, maar deze idealen werken hopelijk voort.”
Slapende Hermaphroditus Bernini 1598-1680 figuur Romins 2de eeuw matra Eone 1620 Metamorfosen Rijksmuseum
De catalogus is een boek onder de redactie van Francesca Cappelletti en Frits Scholten, voorzien van afbeeldingen van werken, die al dan niet in de presentatie zijn opgenomen. Elk werk wordt voorgesteld met een tekst. Prijs: 40 euro.
In het Rijksmuseum tot en met-26 mei 2026.
De tentoonstelling zal doorreizen naar de Galleria Borghese te Rome, maar dan wel zonder eigentijdse kunstwerken.



