“Remember Me”: Atlas Steve McQueen nu in De Pont Museum Tilburg

Steve McQueen ATLAS De Pont Museum

Door Antje von Graevenitz

“Remember Me”, - het lijkt de overkoepelende wens die kunstenaar-filmer Steve McQueen in zijn werk aan de kijker ‘uitspreekt’. Wie is toch deze “me”? Pas als je meer werk van McQueen hebt gezien, begrijp je dat hij alle onschuldig bedreigde, gekwelde, vermoorde of anders verachte mensen bedoelt. Vorig jaar toonde het Stedelijk Museum bijvoorbeeld zijn “Broken Columns” van zwart marmer. De gebroken vorm en ongewone kleur herinnerden aan het verhaal in Mc Queens film “Twelve Years a Slave”, waarvoor hij in 2020 een Oscar verwierf. "twelve Years"ging over het leven van mensen, wiens persoonlijkheden letterlijk en figuurlijk gebroken werden. Indirect wees “Remember Me” ook op het leed van de Joden en andere minderheden in Amsterdam, waaraan zijn 34 uur durende film “The Occupied City” herinnerde. Terwijl één voor één de huizen werden getoond, waarin de voormalige bevolking had geresideerd en McQueens vrouw en partner Bianca Stigter steeds iets over hun noodlot vertelde, zag je tussendoor ook beelden uit het huidige Amsterdam: vrolijk spelende kinderen, mensen met corona-problemen, protestacties – maar geen enkel evenement ter herinnering aan al de vervolgde en vermoorde Joden. Op dit moment leidt ook McQueens tentoonstelling in De Pont in Tilburg de gedachten naar herinneringen. Hoewel de vier installaties - in de categorie fotoserie, sound, lichtinstallatie op monitoren en film - zeer van elkaar verschillen, roepen ze toch bij de kijker intieme gevoelens op. Als het ware bindt dat  de presentaties aan elkaar. Op een meer abstracte manier gebeurt dit uitlokken van emoties in een donkere zaal met aan elk van de vier muren monitoren, waarop lichtpuntjes op de donkere schermen opkomen. Her en der naderen ze elkaar of verdwijnen. In het zwarte niets.

Steve McQueen ATLAS De Pont Museum, foto Antoine van Kaam.nl

Je meent de nachtelijke hemel te observeren, hoewel je er in de realiteit van de nacht nooit zo direct het vergaan van sterren kan meemaken. Een dergelijke “Atlas”, zoals de kunstenaar de lichtinstallatie noemde die hij in opdracht van het museum maakte, vermijdt elke cartografie. Feitelijk zie je hier geen nachtelijke hemel, maar ficties, want McQueen liet zich erbij door de ESA (European Space Agency) helpen, die voor deze opdracht met AI imaginaties namens “Gaia” werkte. (Het lijkt wel een kwestie van ironie, want deze naam van de Griekse godheid stond eigenlijk voor de oermoeder der aarde en van de chaos en niet voor de sterrenhemel.) Weliswaar lijken McQueens haast kosmische beelden op de door Dieter Roth in gemaakte film “Dot” (1956-1962), waarin ook witte lichtpunten in een zwarte omgeving opkomen of verdwijnen. De verbeelding komt sterk overeen. Toch zijn de context en de betekenis van beide werken volstrekt verschillend: Roth interesseerde zich voor abstracte processen van kennelijk ontstane (witte) gaten in een zwart veld, terwijl McQueen de kijker het herinneren van vergeten werelden voelbaar wil maken. Vele steren zijn immers al doodgegaan, hoewel we hun licht nog enigszins waar kunnen nemen. De titel :“Atlas” van deze gehele lichtinstallatie herinnert op zich weer aan zijn film van “The Occupied City” en het  boek, dat  Bianca Stigter in 2019 publiceerde: “Atlas van een bezette Stad, Amsterdam 1940-1945.”

In een kosmisch verband zet McQueen opnieuw zijn film-installatie “Sunshine State” (2022) met twee grote schermen, die je in Tilburg van twee kanten kan beleven. Op de ene kant verschijnt de bol van de zon als gloeiende schijf en op de andere schijnt deze zonnen schijf juist dichter en dichter op je af te komen alsof ze de kijker met haar hitte zal verslinden. Toch weet je je veilig in het museum en kijkt je verbluft naar de toch wel schitterende gloed-bloei van vuur-uitstotingen en naar de onmetelijke diepte van hun explosieve afkomst. Hun erupties nodigen uit tot meditatie over verwondering en angst. Toch ontdek je dan achter deze schermen filmopnames van het volle leven in een toneel-garderobe uit de jaren twintig met mensen in een overdreven party-stemming. Onder hen moet alleen een man zijn hoofd missen. Het zeldzame gemis lijkt wel een gat in de film. Dit noodlottige feit lijkt niemand op de party te storen. Simultaan vertelt McQueen dat zijn vader ooit vanuit het Caribische eiland Grenada naar Florida kwam om er op een sinasappel-plantage te werken en er al gauw moest beleven dat hij vanwege zijn huidskleur niet gewaardeerd werd, net alsof hij geen gezicht had.  McQueen maakte voor dit werk gebruik van een vroege geluids-film uit 1927 met als titel “The Jazz Singer”, maar bewerkte hem op een letterlijk cruciale wijze voor een treurige betekenis.

portret Steve McQueen, James Stopforth

Het verschil tussen de mooie gloed van de zon en het verhaal over zijn vader keert op een andere manier terug in McQueens fotoserie van bijzondere bloesems en planten die hij voor de museale presentatie één voor één heeft ingelijst. Opnieuw is licht het ware materiaal van het fotowerk, want de kunstenaar beschouwt het als zijn belangrijkste bron. In in een begeleidend overzichtje over  bloemen met als literaire titel “Bounty” (2024) wijst het museum opnieuw naar het Caribisch eiland Grenada, waar altijd zoveel moois groeit, hoewel er toch een zo ellendige slavenhandel had bestaan. Weer vormen betekenissen van dood en leven de achtergrond van alles wat McQueen toont. In een prachtige uitgave die boekkunstenaar Irma Boom heeft vormgegeven, zijn alle foto’s van deze luxueuze bloesems verenigd. Samen met vele andere kunstenaarsboeken van Mc Queen ligt het ter inzage in de bibliotheek van het museum. In feite werd met dit overzicht nog een extra bezienswaardigheid aan de tentoonstelling toegevoegd.

Maar het einde van de tentoonstelling is nog niet bereikt: midden in ontdek je een totaal donkere ruimte, waarin je je nagenoeg fysiek aangevallen voelt door een niet nader te traceren geluid van hevige, donkere slagen. Een vast ritme - zoals van een machine - hebben ze niet. Dat lijkt juist extra beangstigend. Ben je in een gedroomd bos terecht gekomen, waar bomen moeten sneuvelen? En misschien op je zullen neervallen? Of op een industrieterrein met de harde geluiden, die je daar kan verwachten? Ben je er maar getuige van of moet deze ‘sound-installatie’  daadwerkelijk een aanslag op de bezoeker voorstellen? Het is een horrorplek en je verlaat dit unheimische hol maar al te graag. De titel ‘Untitled” geeft verder geen hint naar een van jezelf afwijzende betekenis. Toch word je met deze presentaties steeds direct aangesproken -en vooral door het sound-project - op een wijze, dat je je ertegen wilt verzetten, weerstand wilt ontwikkelen. In dit opzicht valt je blik in de bibliotheek dan ook begrijpend op een van McQueens boeken uit 2025 met als titel “Resistance”.

Tentoonstelling Steve McQueen ‘Atlas”, 21. Maart – 30 august 2026. In Museum De Pont Tilburg. In plaats van een catalogus ontvangt de bezoeker een begeleidend overzicht met werk-beschrijvingen.

Steve McQueen, De Pont, foto antoine van kaam.nl

Voor meer informatie: http://www.depont.nl