Eerste expositie eigen museum Damien Hirst flauwe presentatie John Hoyland

Newport Street Gallery

Newport Street Gallery, architectuur Adam Caruso en Peter St John

(Door gastschrijver Antje von Graevenitz)

*Meer dan 3000 kunstwerken heeft de spraakmakende gefortuneerde Britse kunstenaar Damien Hirst (Bristol 1965) verzameld. Hij was het beu deze steeds in kisten opgesloten te weten en wilde eindelijk zien wat hij allemaal heeft. Om zijn kunst met anderen te delen en een droom waar te maken liet hij zijn studio – een voormalig atelier voor theater-decoraties en een voormalige groothandel voor bloemen in Newport Street in Vauxhall - tot museum verbouwen. Nabij de Theems, nagenoeg aan de overkant van Tate Britain, hoef je het huisnummer niet te weten: het museum vult bijna de helft van de korte straat, ver weg van het drukke Londense verkeer.

Hirst nam voor de verbouwing van de vijf panden die hij in 2002 verwierf – deels uit 1913, de totale oppervlakte bedraagt 37.000 m2 – Adam Caruso en Peter St John in de arm. Met hun bureau Architects Caruso St John maakten zij eerder naam met de verbouwing van Tate Britain. Onder het karakteristieke sheddak (een zaagdak of zaagtanddak, een dakvorm die vooral bij uitgestrekte fabriekshallen werd toegepast) worden de bezoekers in Newport Street op de begane grond ontvangen in spierwitte zalen die doen denken aan het Kröller-Müller Museum. De uitstraling doet niet onder voor die van moderne musea overal te wereld.

Luchtfoto Newport Street Gallery

Luchtfoto Newport Street Gallery

En toch schijnt Hirst er iets anders mee te willen, want hij noemt zijn verzameling ‘murderne collection’, inderdaad: murder me! Dat herinnert aan de punk van de glorierijke Sex Pistols die Hirst vroeger vereerde, maar ook aan het door en door stoute van zijn eigen kunst: de doorgesneden dieren in formaldehyde die de kijker uitnodigen de ‘binnenvormen’ van het opgezette lichaam te bestuderen, de met stralende diamanten beklede schedel (in 2008 bijna magisch in een zwarte ruimte geëxposeerd in het Rijksmuseum) en vooral niet te vergeten, de bloedige stinkende dierenkop in een glazen kooi op de Art Cologne. Hirst is vaak het enfant terrible van de kunstwereld. Sinds zijn begin als kunstenaar in de jaren tachtig is hij doordrongen van het thema dood, ontbinding/verrotting, genezing en wederopstanding.

Wat te denken van dit spierwitte en puur moderne kunstmuseum van de oude stempel, terwijl ik minstens zoiets als het uitdagend flamboyante Groninger Museum had verwacht? Zou dat anders voelen op de eerste tentoonstelling die op 8 oktober opende? Zou die de trend van zijn kunstrichting laten zien en met als effect: murder me?

Een van de zalen met werk van John Hoyland

Een van de zalen met werk van John Hoyland

Niets is minder waar. Hirst koos voor John Hoyland, een in 2011 op 76-jarige leeftijd overleden abstracte kunstenaar die vooral in Groot-Brittannië hoog geschat wordt. Zijn fel gekleurde grote panelen met abstracte vlakken in onzuiver getrokken contouren of met naar beneden lekkende verfklodders vullen twee verdiepingen, de tussenverdieping is voor ‘Pharmacy’, het museumcafé.

Hoyland bezocht Amerika in de late jaren zestig en zag daar werken van Robert Motherwell, Hans Hoffmann, Mark Rothko, Larry Poons en Ashley Gorky. Toen mengde hij zijn artistieke vondsten. Misschien had hij zich in de theorie van kunstcriticus Clement Greenberg verdiept, die stelde dat een schilderij vooral de waarheid van het vlak moet weergeven. Greenberg had in de jaren vijftig de dogma’s van richtingen als Abstract Expressionisme en vooral Hard Edge Painting geformuleerd.

De kleuren van de Britse kunstenaar zijn eerder bont dan genuanceerd, hij was beslist geen Rothko. Maar Hoyland wilde met de vlakken kennelijk soms op een klein beetje rebelse manier spelen: hoe deze naast elkaar dan toch af en toe op zijn schilderijen de schijn opwekken open te kunnen klappen alsof het afgebeelde zalen zijn, scheen hem af en toe bezig te houden. Was dat het misschien wat Hirst bezielde zoveel van zijn werk te verzamelen en tentoon te stellen? Ze waren in elk geval vrienden. Toen Hirst in 2014 bekendmaakte dat hij zijn overleden vriend met een New Art Scholarship Honouring John Hoyland wilde herdenken, stelde hij: ‘John Hoyland was by far the greatest British abstract painter and an artist who was never afraid to push the boundaries.’

Impressie expositie John Hoyland

Impressie expositie John Hoyland

Hoewel zijn bonte schilderijen in deze stralend witte ruimtes wel een passend jasje vormen, zie ik Hoylands werk in deze flauwe presentatie toch niet als een opwindend begin voor dit nieuwe museum. Pas na april 2016 zal er een nieuwe tentoonstelling komen met een solo- of een groepsshow, uiteraard samengesteld uit het bestand van Hirsts ‘murderne collection’. Wat en hoe wordt door eigenaar/curator Damien Hirst nog als geheim gekoesterd.

John Hoyland: Power Stations, Paintings 1964-1982

Newport Street Gallery, Newport Street London, SE116AJ, open: dinsdag t/m zondag van 10.00 tot 18.00, maandag gesloten. Voor meer informatie: http://www.newportstreetgallery.com

Reageren