Zonnig Amsterdam favoriet Max Liebermann: ontdekkingen Freek Heijbroek

Max Liebermann, De papegaaienverzorger in Artis Andries Klooters, 1902, Museum Folkwang Essen.

*De Duitse impressionist Max Liebermann (1847-1935) vereeuwigde in 1902 de markante Amsterdammer Andries Klooters. In 1843 trad Klooters als papegaaien-oppasser in dienst bij Artis, hij ging pas op 78-jarige leeftijd na 59 dienstjaren met pensioen. Elke ochtend haalde hij de vogels uit hun nachtverblijf, zette ze vast op metalen standaards langs het populaire Papegaaienlaantje en bleef een oogje in het zeil houden. Het tafereel is een échte Liebermann: hij had niks met slecht weer, op zijn werk schijnt de zon of voelt door lichtval dichtbij, kleuren vieren feest, iedereen is ontspannen bezig met dagelijkse bezigheden. Het schilderij van Klooters is een van de vele illustraties in  ‘Max Liebermann in Amsterdam’, het boek van Freek Heijbroek – oud-conservator van het Rijksmuseum – over zijn onderzoek naar Liebermann in Amsterdam en omstreken.

Max Liebermann, Het Papegaaienlaantje in Artis, 1901/1902, Kunsthalle Bremen

Liebermann - zoon van een welgestelde joodse zakenman uit Berlijn -  was welgesteld genoeg om voor langere tijd zonder geldzorgen in Nederland te kunnen zijn. Vanaf 1871 werkte hij veel in Noordwijk of vond inspiratie in Leiden, Zandvoort, Haarlem, Alkmaar, Edam, Zweeloo en andere onbedorven plaatsen. In Den Haag raakte hij zo goed bevriend met Jozef Israëls dat hij zich haastte om op 15 augustus 1911 ook aanwezig te zijn bij de massaal bezochte begrafenis van de geliefde kunstenaar. Amsterdam bleef tientallen jaren favoriet.  ‘Uw stad is toch de mooiste’, keek hij in april 1912 terug in een brief aan G.J. Staller, die zijn gids was geweest in de ‘jodenhoek’. Liebermann logeerde in comfortabele hotels – favoriet het Victoria-Hotel – en schilderde een Amsterdam waar de ingrijpende bouwwerkzaamheden die Breitner in dezelfde periode graag als onderwerp koos ver weg zijn. Op de zonnige binnenplaats van het Burgerweeshuis is het middagpauze, bewoners van Brentano’s Oude Mannenhuis zitten op hun gemak in de tuin onder de pergola en in de volgepakte Uilenburgerstraat is het kleurrijk druk met joodse kooplieden die hun waren aan de man brengen. Aantrekkelijk strooigoed in het boek ter vergelijking met de schilderijen, schetsen en pastels zijn oude foto’s van stadsgezichten uit het Stadsarchief. Uitgeverij de Buitenkant heeft een juweel van een boek gemaakt.

Max Liebermann, Middagpauze in het Burgerweeshuis Amsterdam, 1881/82, Städelsches Kunstinstitut, Frankfurt am Main

Aanleiding voor Heijbroeks onderzoek was een artikel van biograaf Erich Hancke (1871-1954) uit 1914 in het maandblad Kunst und Künstler over de tweedaagse zwerftocht die hij in 1911 met de kunstenaar door Amsterdam had gemaakt. Die had langs plekken geleid waar Liebermann vanaf 1871 had gewerkt, gewinkeld en gelogeerd. Hanckes verslag met onbekende gegevens was in de Nederlandse literatuur vrijwel onopgemerkt gebleven, aldus Heijbroek. Dat veranderde door de vertaling van André Glaudemans, die er in 1980 een verhaal aan wijdde in Tableau. Heijbroek combineerde die oogst met nieuw materiaal uit de inmiddels achtdelige Liebermann-correspondentie (Briefe 1869-1935), een uitgave van Ernst Volker Braun.

Max Liebermann, Straathandel voor het pand Markensteeg nr 12, 1908, Joods Historisch Museum, Amsterdam

Zijn speurwerk leidde onder meer tot de ontdekking dat ‘een Amsterdams trapgeveltje’ op een aquarel uit 1884 niet in Amsterdam stond maar in Haarlem: het was een in 1905 afgebroken vishuisje, ook bekend als het Zandvoortse Veerhuis, aan de Grote Markt. En anders dan gedacht was papegaaienverzorger Klooters een bekende Amsterdamse persoonlijkheid.

‘Max Liebermann in Amsterdam’, J.F. Heijbroek, 96 pagina’s, 17 x 24 cm, zeer rijk geïllustreerd, ISBN 9789490913977, Uitgeverij de Buitenkant, 18,50 euro. http://www.uitgeverijdebuitenkant.nl

Max Liebermann, Lijnbaan op de Zuiderzeevesting in Edam, 1904, Metropolitan Museum of Art, New York

 

Reageren