Joffer Coba Ritsema terug uit vergetelheid in Frans Hals Museum

Coba Ritsema, Meisje in het wit, 1925, foto auteur

In het Frans Hals Museum in Haarlem hangt de tentoonstelling ‘Oog voor kleur’ van de Haarlemse impressionist Coba Ritsema. Het zijn sterke werken, die zich kunnen meten met de grote impressionisten. Veel portretten en stillevens. Van veel van haar modellen heeft ze de rug geschilderd. Dat geeft een bijzonder intieme sfeer. En roept meteen de vraag op: waarom ken ik haar niet?

Door Lucie Th. Vermij

Coba Ritsema (1876-1961) werd geboren in Haarlem in een kunstzinnig milieu. Haar moeder kwam uit een kunstenaarsfamilie; haar vader was lithograaf, drukker en kunsthandelaar. Haar opleiding volgde ze als een van de eerste vrouwen aan de Rijksakademie. In eerste instantie had ze een atelier in  Haarlem, maar toen dat in 1899 afgebroken werd betrok ze met haar broer Jacob een atelier in Amsterdam aan het Singel, midden op de Bloemenmarkt.  Ze hoopte les te kunnen krijgen van Floris Verster en Thérèse Schwartze, maar beide kunstenaars vonden dat zij al een eigen stijl had ontwikkeld.

Op de tentoonstelling ‘Oog voor kleur’ hangen 35 werken, zowel van Ritsema als van tijdgenoten - onder wie George Hendrik Breitner, Lizzy Ansingh en Kees Verwey. Coba Ritsema schilderde vooral portretten en stillevens, met een losse, vrije penseelstreek, die kenmerkend was voor het impressionisme. In de loop der jaren werden haar composities steeds vrijer, haar kleuren lichter en frisser, haar penseelstreek breder en meteen herkenbaar. Ze ontving lovende kritieken en won belangrijke prijzen in binnen- en buitenland.

Coba Ritsema, Liggende vrouw op een bank, ca. 1900. foto auteur

Ze schilderde haar modellen, vrouwen en meisjes, heel anders neer dan haar mannelijke tijdgenoten. We zien de vrouwen vaak op de rug, voor een raam, een spiegel, aan een tafel, in gedachten verzonken. Het portret ‘Liggende vrouw op een bank’ (ca 1900) doet sterk denken aan Breitners serie Meisjes in kimono. Vaak wordt beweerd dat Ritsema een leerling was van Breitner, maar Maaike Rikhof, conservator Moderne Kunst van het Frans Hals Museum en samensteller van de tentoonstelling, is ervan overtuigd dat dat niet het geval was. Volgens haar heeft Breitner wel Ritsema’s atelier meerdere keren bezocht en haar van adviezen voorzien, maar hij vond haar te goed voor lessen van hem. Waarschijnlijk heeft ze rond 1900 exposities van Breitner gezien en was zijn serie Meisjes in kimono een inspiratiebron voor haar. Waar het portret van Breitner nogal geërotiseerd is zien we bij Ritsema eerder een landerig meisje. Rikhof heeft meerdere vrouwen en meisjes geïdentificeerd die op de schilderijen zijn afgebeeld en die geregeld voor haar poseerden, onder wie haar Amsterdamse buurmeisje Leentje van Bueren, haar jeugdvriendin Marie van den Arend en Elisabeth Berthold, die te zien is op Meisje in het wit (ca. 1925).Het portret van Leentje met geblondeerd haar is heel geestig.

Coba Ritsema, Het ontbijt, zonder jaartal, foto auteur

Coba Ritsema maakte deel uit van een groep Amsterdamse kunstenaressen, ook wel de Amsterdamse Joffers genoemd. Dat waren Lizzy Ansingh, Nelly Bodenheim, Jacoba Surie, Betsie Westendorp-Osieck en Marie van Regteren Altena. Ze kenden elkaar van de academietijd. Ze vormden geen kunststroming, en  hadden totaal verschillende stijlen, maar ze kwamen elke week bij elkaar om te schilderen en ze exposeerden ook gezamenlijk. Als ze al iets gemeen hadden dan was het dat hun werk ‘conventioneel’was, dat wil zeggen: ze hadden weinig op met abstracte kunst. De Joffers waren succesvol. Coba Ritsema werd tijdens haar leven aangekocht door grote musea en na haar dood had ze overzichtstentoonstellingen in het Stedelijk Museum, Van Abbemuseum en Frans Hals Museum. Maar daarna kwam de vergetelheid.

Portret van Coba Ritsema, Lizzy Ansingh, 1905, foto auteur

Vergeten vrouwelijke kunstenaars van circa een eeuw geleden: ze vormden het afgelopen jaar een opvallend thema in de Nederlandse musea. Er was een tentoonstelling over vrouwelijke verzamelaars en kunstenaars in het Singer Laren, een over de expressionist Jacoba van Heemskerck en haar partner kunstverzamelaar Marie Tak van Poortvliet, een over de Overijsselse Jo Koster, de Russische Marianne Werefkin en de Zweedse Hilma Af Klint. En bovendien een over de spiritualiteit van kunstverzamelaar Helene Kröller-Müller in Otterlo. Steeds herhaalt zich het verhaal dat ze in hun tijd niet onderdeden voor hun mannelijke collega's en zeer gewaardeerd werden, maar dat na hun dood de heersende kunstopvattingen van mannelijke kunstenaars en critici hun roem deden verbleken.

Je zou willen het werk van deze 'vergeten vrouwen' even sterk in ons collectieve geheugen gegrift staat als het werk van Van Gogh, Breitner, Kees van Dongen, Jan Sluijters, om er maar een paar te noemen. En dat werkt het beste als je hun oeuvre bij elkaar ziet. Daarom is het zeer de moeite waard deze tentoonstelling(en) te bezoeken.

Coba Ritsema, De groene rok, 1900-1910, foto auteur

Voor meer informatie:

https://www.franshalsmuseum.nl

De tentoonstelling ‘Coba Ritsema. Oog voor kleur’ is te zien tot en met 1 maart 2026