Kloek boek Drents Museum Assen: eerbetoon Matthijs Röling

Matthijs Röling, Interieur met schilder en zijn model, 1970, foto Museum Assen

Het Drents Museum in Assen heeft de grootste en belangrijkste collectie Matthijs Röling (1943-2024) ter wereld: 114 schilderijen, tekeningen en schetsboeken. Directeur Harry Tupan benadrukt het met trots in de uitgave die recent bij Waanders Uitgevers over Röling in Assen verscheen. Tupan is een toegewijde bewonderaar van de figuratie waarin de kunstenaar excelleerde. Altijd milde vriend bovendien, het boek kon mede daarom ook Rölings – niet zelden turbulente - persoonlijk leven in beeld brengen. Vanaf 1996 overigens in rustiger vaarwater in Ezinge, romantisch dorp nabij Groningen waar in 1997 dochter Belle werd geboren.

Ook de andere auteurs zijn liefhebbers. De inzet van Gijsbert van der Wal  is uit te leggen wat hij ervaart als hij naar het werk van Röling kijkt, een behartenswaardige beschouwing die de diepte ingaat. In zijn schilderijen van kamers en tuinen voelt Van der Wal zich volkomen op zijn gemak. En niet alleen nu hij ouder wordt: ‘Ook rond mijn twintigste verwijlde ik graag in zijn wereld.’ Het land wordt volgens Van der Wal bestuurd door boze boeren, xenofoben en andere verongelijkte haatzaaiers. ‘Tegenover hun geschreeuw stelt de kunst van Matthijs Röling iets van vertroosting: kijk, dit is er ook allemaal nog. De rustige, warme kant van het leven. Bloemen uit de tuin. Een zachte schaduw op de vloer. Dat is niet van vroeger, dat bestaat nog steeds. Misschien wordt het zeldzamer, maar je kunt ernaar zoeken.’

Matthijs Röling, (1943-2024) In Memoriam, 1984, foto Museum Assen

We mogen er als toerist in Ezinge niet zomaar naar binnen, bijvoorbeeld na een bezoek in het nabije Museum Wierdenland, maar de foto’s die Mischa Keijser maakte van Rölings huis en tuin doen  verlangen naar een soortgelijke woonplek: hier heeft de kunstenaar een paradijs geschapen, terug te vinden op veel van zijn werk. Om rechten-redenen kan Museumkijker hier geen voorbeelden laten zien.

Tupan interviewde Röling het jaar voor zijn dood, nieuwe vergezichten op zijn ontwikkeling als kunstenaar en docent aan de Academie Minerva leverde dat niet meer op. Tupan vroeg onder meer naar zijn lespraktijk met altijd een enorme stapel boeken mee: ‘Dus je bent wel heel systematisch met iets bezig geweest. Kun je dat eens uitleggen, wat is er dan zo anders geweest?’ Röling, sec: ‘Nou ja….Ik heb naar eer en geweten mijn vak uitgelegd.’ En over Mondriaan: ‘Geweldig goede dingen gemaakt. En dan gaat-ie zichzelf beperkingen opleggen in kleur en lijn en richtingen en…..Nou, ik snap dat niet. En ik vind het ook niet nodig.'

Matthijs Röling en Wout Muller. Sterrenhemel 1990. Foto Sake Elzinga

Röling wijdde zijn kunstenaarschap van jongs af aan aan het weergeven van de zichtbare werkelijkheid. Wie eenmaal een zaal en/of dit nieuwe boek met Rölings heeft gezien, houdt zijn werk voor altijd op het netvlies. Tupan merkt tijdens het gesprek met de kunstenaar nog op dat hij niet iedere student iets heeft kunnen leren: ‘Ik bedoel te zeggen dat niet iedereen  die standaard van jou aankon.’ Rölings antwoord kan een wijze les voor generaties na hem zijn: ‘Dat is ook niet nodig. Iedereen moet het voor zichzelf bepalen. Het is altijd een conglomeraat van verschillende invloeden die je tot een persoonlijkheid maakt.’ Waarvan akte.

Matthijs Röling, met een voorwoord van Harry Tupan, Waanders Uitgevers, 39,95 euro