Isamu Noguchi in Rijksmuseum: relatie tussen natuur en humor

Akari lamps, (various years (design), 2024 (production) Washi paper, wood and metal, various sizes, Rijksmuseum, Amsterdam. © The Isamu Noguchi Foundation and Garden Museum New York, c/o Pictoright Amsterdam 2025, foto Rijksmuseum/Kelly Schenk

Door Antje von Graevenitz

De techniek moet het niet alleen voor het zeggen hebben, je mag de natuur niet vergeten. Om die reden lijken juist sommige beeldhouwers in de twintigste eeuw steen als basis van de natuur te hebben uitverkoren. En als zinnebeeld tegelijkertijd voor zoiets als ‘de ware natuur’. Een van hen was van Japans-Amerikaanse komaf: Isamu Noguchi (1904-1988).Hij zag zichzelf als wereldreiziger en universeel kunstenaar. Weliswaar had hij ook veel succes met toegepaste kunst, hij geldt vooral als kunstenaar die de natuur een eigen gezicht gaf. Reden genoeg voor het Rijksmuseum in de jaarlijkse prestigieuze tuintentoonstelling niet alleen werk van hem buiten te integreren, maar op drie plekken binnen ook ander werk. Dat vergt soms een geduldige zoektocht zoals naar zaal 1.6, een speciale ‘hand-out’ was handig geweest.

Voor de tuin geldt als altijd: je vindt er je weg vanzelf. Her en der steken stenen of bronzen werken van Noguchi in de hoogte, zelfs uit een vijver, of lijken ze toevallig neergevallen in het gras. De natuur is hier door tuinarchitecten in een Franse tuinstijl aan de mens onderdanig gemaakt. Keurig in de vorm van balken gesneden hekken omzomen dieper gelegen bedden, waaruit hoge halmen met balachtige bloemen mogen sprieten. De tuin lijkt nu meer op een terrein voor een speciaal vormenspel over omgeven en doordringen dan voor meditatie over de essentie van de natuur. Noguchi’s werk voegt er zijn inzichten op verschillende manieren aan toe.

Detail of Beginnings, 1985 Andesite, Isamu Noguchi Foundation and Garden Museum, New York City. © The Isamu Noguchi Foundation and Garden Museum New York, c/o Pictoright Amsterdam 2025. Foto: Rijksmuseum/Kelly Schenk

Aan de westkant van de tuin begint de tentoonstelling met een tamelijk ruw gelaten, nagenoeg rond gehakte en omhoog geplaatste basalt-steen, die nog alle ingrepen van de mens vertoont: gaten, die nodig zijn voor het opsplitsen in twee helften en weggehakte delen. Maar opeens ontdek je, dat er ook een precieze ronde vorm werd uitgehaald en weer, haast onzichtbaar, in de steen was teruggeplaatst. Het lijkt net een enkel oog. De mens lijkt hier binnen een steen verscholen, maar niet uitgehakt uit een steen, zoals men hen sinds de oudheid kent. Het werk heeft als titel: “Olmec & Muse” (1985) en roept een raadsel op: zelfs de Olmeken uit de Mexicaanse oudheid, waaraan Noguchi refereert, beelden het gezicht volledig uit. Toch volstaat  Noguchi met een helemaal ingetrokken oog en een uitgehakt soort open mondje voor een vleugje fantasie. Alsof een ‘muze’ hem al in de steen toelacht?  Het werk markeert niet het begin van Noguchi’s carrière als beeldhouwer, zoals je zou denken, maar is kort voor zijn levenseinde in 1985 ontstaan, evenals veel andere van de in totaal twaalf  sculpturen op de expositie. Noguchis noemde vele juist “Beginnings”.Het lijkt erop dat hij opnieuw met behulp van basismateriaal naar de principes van natuur en mens wilde kijken.

Soms suggereren de stenen de gestalte van een mens, soms roepen ze bij de kijker de wens op hen als een soort tuinmeubel te mogen gebruiken, als bank of als ligstoel. Toch zijn deze werken niet echt dienstbaar aan de mens. De ‘ligstoel’ is maar zogenaamd en draagt zelfs de titel “Odaliske” (1970). Het lijkt een knipoog naar schilderijen van Matisse uit de jaren twintig met al de oriëntaalse dames op chaise longues. Omdat Noguchi deze ligstoel uit graniet op een kleine basis van kalksteen  laat rusten, lijkt hij haast te zweven. Dat is precies wat de beeldhouwer beoogde. Zoals hij in 1975 aan de Brancusi-specialist F.T. Bach vertelde: het zweven tussen hemel en aarde zou een van zijn belangrijkste wensen voor zijn werken zijn.

Play Sculpture, ca. 1965-1980, fabricated 2017. Isamu Noguchi Foundation and Garden Museum, New York City ©The Isamu Noguchi Foundation and Garden Museum New York c/o Pictoright Amsterdam 2025. Foto Rijksmuseum/Kelly Schenk

Deze wens kwam in hem op in het atelier van Constantin Brancusi. Hoewel hij hem als jonge man tamelijk kort in het atelier assisteerde, nog maar een paar maanden tussen de jaren 1928/1929, bleef hij hem zijn leven lang enigszins schatplichtig. Brancusi werkte toen aan zijn “Vogel in de ruimte”, net een verbinding tussen hemel en aarde. Deze oude meester vond bovendien dat veel van zijn sculpturen ook als gebruiksvoorwerpen zouden kunnen dienen. Noguchi nam deze draad letterlijk op en refereerde met een van zijn beroemde Atari-lampen, die nu gezamenlijk in een wolk in het foyer van het Rijksmuseum hangen, duidelijk de zig-zag-vorm van Brancusi’s “Eindeloze Zuil.”

Ook verderop in het Rijksmuseum laat zich deze verbinding met Brancusi ontdekken. Want zelfs door diens dubbele steenfiguur van de “Kus” uit 1910 lijkt Noguchi nog jaren later geïnspireerd te zijn.

Weliswaar toont  het Rijksmuseum niet Noguchi’s beroemde glazen tafel, waarvan de twee poten in de vorm van heupbotten elkaar op een punt lijken te kussen. Wie dit ontdekt moet even glimlachen. Maar je hoeft de tafel niet echt te missen, want In plaats daarvan is er nu een laag staande “Chess’-table” uit 1944 te zien, die Marcel Duchamp voor zijn tentoonstelling “Imaginair Chess” in New York  nodig had. Dit tot nu toe vrij onbekende werk van Noguchi hebben de curatoren van de tentoonstelling in het Rijksmuseum kennelijk opzettelijk met een glimlach in een voormalige Amsterdamse grachtenkamer in Rococo-stijl geplaatst. Rocailles beantwoorden de drie been-botten van Noguchi onder het schaaktafeltje, want ook deze lijken naar elkaar toe te swingen. Helaas moet men de schaakfiguren missen. Waar zijn ze toch gebleven?

Avatar, 1947 (cast 1965). On loan from Don Quixote Art Foundation © The Isamu Noguchi Foundation and Garden Museum New York, c/o Pictoright Amsterdam 2025, Foto: Rijksmuseum/Johannes Schwartz

Terug in de tuin komt men ook langs bronzen werken waarmee Noguchi vooral beroemd is geworden. Hoewel hij met de ontwerpen in karton al in de jaren veertig voor de dag kwam toen hij in Japan verbleef, werden ze pas veel later in brons uitgevoerd. Opeens bleek het onderwerp natuur op een andere manier aan iets menselijks te beantwoorden. Wat de natuur op zich helemaal niet eigen lijkt: natuur bleek humor niet vreemd. Noguchi ontdekte dat je met tegen elkaar leunen en in- elkaar-haken van vormen als lange botten dode natuurvormen een eigen leven kan ‘inblazen’. Een werk in de tuin heeft als titel “Avatar” (1947). Noguchi hield kennelijk van komische titels. Een keramisch werkje tussen vele anderen in een vitrine in het Aziatisch Paviljoen draagt als titel “Policeman (Junsa)” (1950). Juist hier banen zich op een hilarische wijze de wormen in het rechthoekig omlijste denkbeeldige lijf. Noguchi zou zich qua werkwijze zijn leerperiode als tapijtmaker herinnerd kunnen hebben. Ook daarbij is het doordringen van stof het doel. De natuur lijkt in het zicht van Noguchi zelfs niet vreemd van fijnzinnige zelfspot. Weliswaar staat natuur in de Japanse traditie aan de ene kant voor het unheimische, maar ze heeft aan de andere kant in essentie ook menselijke elementen. Daar hoort humor bij. Dit lijkt in tegenstelling tot het westerse begrip van de puurheid van de “ware natuur”. Toch was dat ook hier nooit een ijzeren wet in de kunst-filosofie. Het Rijksmuseum toont op veel plekken vergelijkbare opvattingen over natuur en humor, zoals in de Nederlandse barokkunst. Net ‘wormen’ lijken zeldzame wezentjes in het vergulde zilver van de schenkkan van Adam van Vianen uit 1614. In zoverre heeft het Rijksmuseum met Noguchi een medespeler in huis.

De zomerexpositie ‘Sculpturen Isamu Noguchi’ in de tuinen van het Rijksmuseum en  op drie plekken binnen  duurt tot en met 26 oktober.

Voor meer informatie: http://www.rijksmuseum.nl.

In juli verschijnt een publicatie met teksten van Frits Scholten, conservator beeldhouwkunst en gastconservator Alfred Pacquement. De tentoonstelling in de tuin is gratis.