De tentoonstelling ‘Jo Koster – kunstenaar’ in Museum Gouda toont stralende landschappen, in impressionistische stijl en portretten, stillevens, havens. Ze was een van eerste Nederlandse vrouwelijke kunstenaars die goed van haar werk kon leven. Ze reisde veel en daardoor zien we er beelden van heel Europa. Jo Koster is een kunstenares van eigen bodem die het verdient om door een groter publiek gekend te worden.
Door Lucie Th. Vermij
Impressionist Jo Koster (1886-1944) mag dan wat in de vergetelheid zijn geraakt, voor trouwe museumbezoekers zal haar naam niet onbekend zijn. De afgelopen jaren was ze in elk geval te zien bij exposities in het Singer Museum Laren en het Kröller Müller Museum en bij een tentoonstelling rond de Staphorster expressionist Stien Eelsingh in Meppel. Permanent is haar werk te zien in het Voerman Museum te Hattem, Stedelijk Museum Kampen, Museum Flehite in Amersfoort en De Fundatie in Zwolle. En nu is er een grote overzichtstentoonstelling in Museum Gouda. Vier zalen, met ruim 90 schilderijen en tekeningen van haar zelf en tijdgenoten.
Ben onder de indruk van ‘Landschap’ (1917) waarop een zonnig zomers veld met bloeiende lelies afgebeeld is. Er zit enorm veel kleur in wat het schilderij heerlijk energiek maakt. En ‘Bloemenveld in volle bloei bij Hattem’, een veld vol knalrode bloemen, die ze dik in de verf heeft gezet, duidelijk geïnspireerd op Van Gogh. Van de portretten valt dat van Marie Jeannette de Lange (1919) op, die voorzitter was van de Vereeniging voor Verbetering van Vrouwenkleeding en ijverde voor afschaffing van het korset. Van haar reizen door Europa zijn de beelden uit Concarneau in Zuid-Bretagne en bergdorpen als Positano in Italië, zeer inspirerend. Je krijgt enorme zin er op uit te trekken en alle facetten van de natuur en de wereld in je op te zuigen.
In deze tentoonstelling leren we Jo Koster kennen als een zeer getalenteerde, vastbesloten en eigenzinnige kunstenaar, die haar eigen pad volgde in een tijd waarin dit voor vrouwen niet vanzelfsprekend was. Ze trouwde niet, verdiende haar eigen inkomen en liet een door haarzelf ontworpen huis bouwen. Al vroeg kon zij van haar kunst leven. Ze begon als portretschilder, maar na een paar jaar was haar dat niet dynamisch genoeg. Ze reisde door Europa en vereeuwigde frisse bloemenvelden, statige besneeuwde bergpieken, ruige kapen, slaperige dorpsgezichten en markante mensen. Jo Koster was ambitieus en continu bezig zich artistiek te verbeteren. De kunstpedagoog H.P. Bremmer - ook adviseur van kunstverzamelaar Hélène Kröller-Müller - was haar mentor. Hij bracht Koster in contact met vele andere kunstenaars, waarbij de inspiratie over en weer vloeide. Zij beperkte zich niet tot één schilderstijl. Ze koos wat haars inziens het beste paste bij het onderwerp. Zo zie je in de tentoonstelling een Staphorster interieur in pointillistische stijl en dreigende paarse luchten boven korenvelden die doen denken aan Van Gogh.
Over haar levensloop: Jo Koster werd in 1868 in Kampen geboren als derde van een gezin van acht. Haar vader was beroepsmilitair, waardoor het gezin regelmatig verhuisde. Haar middelbare schooltijd (1881-1885) bracht ze door in Dordrecht. Van huis uit werd ze al vroeg gestimuleerd om iets met haar beeldende kwaliteiten te doen en ze volgde al als scholier tekenles bij de Dordrechtse schilder Roeland Larij.
Heel bijzonder: Jo mocht van haar ouders worden wat ze wilde. Na de middelbare school volgde zij een opleiding tot tekenlerares in Amsterdam, waarna ze verder studeerde aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam. In 1894 vertrok ze naar Parijs, waar ze lessen volgde en kennismaakte met het neo-impressionisme van Seurat en Signac en het post-impressionisme van Cézanne, Gauguin en Van Gogh. Toen ze hoorde dat in Brussel op een vrijere manier werd lesgegeven, vestigde ze zich daar. Bij het atelier Blanc-Garin leerde ze de fijne kneepjes van het portretschilderen. Brussel telde in die tijd talrijke kunstenaarsverenigingen. Jo werd daar lid van ‘Le Cercle des Vingts’ en nam deel aan groepstentoonstellingen.
Rond haar dertigste verhuisde ze naar Den Haag, waar ze introk bij haar moeder. Ze maakte naam als portretschilderes, kreeg opdrachten, haar werk was te zien op exposities in Leiden, Rotterdam en Dordrecht en kreeg lovende kritieken. Ze was een tijdje verloofd, maar toen na een operatie bleek dat ze geen kinderen kon krijgen, verbrak ze de verloving. Haar volgende woonplaats was Laren, waar ze zich te midden van de vele kunstenaars op haar gemak voelde. In die tijd was ze lid van de kunstenaarsverenigingen ‘Arti et Amicitiae’ en ‘St. Lucas’ in Amsterdam en participeerde in de jaarlijkse groepsexposities. In Laren werkte en woonde ze een periode samen met Adya Dutilh, de kunstenares die later met Otto van Rees zou trouwen en aan wie onlangs een tentoonstelling is gewijd in het Stedelijk Museum te Schiedam.
In 1902 verhuisde Jo naar Overijssel. De IJsselstreek vormde een bron van inspiratie. Ze ontdekte Staphorst met zijn kleurrijke boerderijen en folkloristische klederdracht. Daar schilderde ze landschappen en interieurs van ‘eenvoudige’ woningen. Eerst woonde ze in Zwolle, in 1910 liet ze een eigen huis met atelier bouwen in Hattem, naar eigen ontwerp. Daar ontving ze vriendinnen en collega’s en organiseerde ze concerten Jo was zelf een goede pianiste en ze had een geschoolde stem. Erkenning voor haar werk groeide nog verder nadat Hélène Kröller-Müller een stilleven van haar had gekocht.
Regelmatig trok Koster met de auto door Europa, in het gezelschap van kunstvriendinnen of leerlingen. Samen reisden ze door Engeland, Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Zwitserland en Kroatië. Jo hield het thuisfront op de hoogte met schetsjes van de omgeving waar zij zich bevond. In Museum Gouda hangt een grote collectie daarvan: de Ponte Vecchio in Florence, een Zwitsers sneeuwlandschap, de kliffen van Normandië bij zonsondergang. Daarbij wilde zij niet alleen het landschap vastleggen, maar ook de sfeer en de uitstraling van de omgeving. Dat maakt het werk betoverend.
In 1924 reisde ze voor langere tijd naar Italië, onder andere naar San Gimignano en van daaruit ook naar Spanje en Portugal.. Eind jaren twintig keerde ze terug in Nederland. Vanaf 1934 woonde ze op een etage bij haar vriendin Tjitske van Hettinga Tromp in Den Haag. In 1939 kreeg ze een oogziekte, waardoor haar zicht slechter werd. Toch bleef ze doorwerken. Op het enige zelfportret dat van Jo Koster bekend is, laat zij zich zien met een zwart afgeplakt brillenglas voor haar rechteroog. In 1942 moesten Jo en Tjitske hun huis in het Statenkwartier in Den Haag verlaten omdat de Duitse bezetters het confisqueerden en verhuisden ze naar Zwolle. In die tijd hield Tjitske een dagboek bij, waarin ze de laatste jaren van haar vriendin beschreef. Jo Koster overleed in 1944 bij vrienden in Heelsum.
Haar werk weerspiegelt een veelheid aan onderwerpen en schilderstijlen, waardoor je niet meteen zegt: Hé, een Jo Koster. Maar ze maakte prachtige portretten enlaat de verwevenheid tussen mens en landschap zien. Ze is zeer de moeite waard nader te leren kennen.
De tentoonstelling ‘Jo Koster Kunstenaar’ is te zien t/m 4 januari 2026 in Museum Gouda
Adres: Oosthaven 9, 2801 PB Gouda
- https://www.museumgouda.nl/tentoonstelling/jo-koster-kunstenaar






