In het Stedelijk Museum Schiedam trekt momenteel de expositie "Lou Loeber: kunstenaar en idealist'' aandacht. Loeber was een bijna-abstract werkende kunstenares, actief in de eerste helft van de 20e eeuw. In haar tijd behoorde ze tot de voorhoede van de moderne kunst. En nog steeds valt haar sprankelend en sociaal gedreven werk op.
Door Lucie Th. Vermij
Louise Loeber (1894-1984) was een van de belangrijkste wegbereiders van de abstracte kunst in Nederland. De start van deze stroming in 1917 wordt meestal gekoppeld aan kunstenaars rond het tijdschrift De Stijl: Piet Mondriaan, Theo van Doesburg, Bart van der Leck en Gerrit Rietveld. Deze kunstenaars waren wat ouder dan Loeber. Ze voelde zich met hen verwant maar sloot zich niet bij hen aan en werkte vooral op zichzelf.
Voor wie Loeber nog niet kent is haar werk een verrassing: sprankelend, kleurrijk en krachtig. Typerend voor haar is dat zij weliswaar streefde naar abstractie, maar ook van mening was dat het in beeld gebrachte nog wel herkenbaar moest zijn. Haar doel was de wereld een beetje beter te maken door schilderijen te maken die de kijker innerlijke rust gaven en die ook betaalbaar waren voor een breed publiek. Zodat ook minder welgestelden ze konden verwerven.
Louise Loeber leefde vooral in Blaricum. Haar vader was een rijke papierfabrikant, die op de grens van Laren en Baricum de beroemde villa Zonnehoef liet bouwen, waar Lou vanaf haar zevende woonde en waarnaar zij terugkeerde na de dood van haar ouders. Die ouders waren vrijzinnige kunstliefhebbers. Lou mocht al vroeg schilderlessen volgen bij Blaricumse kunstenaars en ze kreeg een eigen atelier in de parktuin van haar ouders. Tussen 1915 en 1918 volgde ze de Rijksakademie in Amsterdam, waar ze een traditionele kunstopleiding volgde. Die verliet ze voortijdig omdat deze ‘oubollige’ benadering haar totaal niet boeide. Ze wilde meer abstract werken, geïnspireerd door kunstenaars van De Stijl, en Wassily Kandinsky.
Volgens De Stijl moest kunst niet de uiterlijke werkelijkheid nabootsen, maar de diepere wetten en de zuiverheid van het heelal uitbeelden. Zij werkten vooral met primaire kleuren, gecombineerd met zwart, wit en grijs en een zo eenvoudig mogelijke vormgeving. Van deze kunststroming zijn een eeuw later vooral de mannen nog bekend. De laatste jaren is er echter meer aandacht gekomen voor vrouwelijke kunstenaars die ook actief waren op het gebied van abstracte kunst, zoals Nelly van Doesburg en Jacoba van Heemskerck. Het Stedelijk Museum Schiedam, dat sinds 1954 actuele kunst verzamelt, organiseerde vorig jaar de tentoonstelling ‘Abstracte kunst van vrouwen’. Van de kunstenaars die daar hingen was Lou Loeber de oudste.
In Schiedam heeft zij nu een solotentoonstelling. Daarvoor deed het museum een oproep aan liefhebbers die thuis al werk van Loeber hadden hangen. Daardoor konden acht werken uit particuliere collecties aan de tentoonstelling worden toegevoegd. Ook hangt er werk uit het Rijksmuseum, Rijksmuseum Twenthe, het Centraal Museum, Singer Laren en Kunstmuseum Den Haag. Een prachtig en uniek overzicht.
Ze werkte met heldere kleuren, geometrische vormen en zwarte contouren. Ze schilderde vooral landschappen, industriële onderwerpen, gebouwen, steeds verder geabstraheerd, maar toch nog herkenbaar. En dat heeft alles te maken met haar socialistische wereldbeeld. Ze wilde universele kunst maken, geen individuele expressie. Haar onderwerpen – interieurs, landschappen, stillevens en portretten – gebruikte ze om te experimenteren met kleur, vorm en compositie. Ze zocht naar harmonie, waarmee ze hoopte bij te dragen aan een evenwichtiger socialere wereld. Zij streefde naar een stijl die zo onpersoonlijk mogelijk was – liefst universeel. Als het socialistische wereldbeeld waarmee zij de wereld benaderde. Kunst moest toegankelijk én verbindend zijn. Door die benadering is haar stijl heel herkenbaar.
Prachtig zijn haar vroege landschappen ‘Heide. Donkere wolk’ (1920), ‘Heiheuvels De Zijpenberg’ (1921), ‘Dorpje in Thüringen’ (1922) en ‘Haven van Porto’ (1925). Het begint met vereenvoudigde weergave van het landschap. Steeds zijn het onderzoeken naar hoeveel je weg kunt laten en het toch nog herkenbaar kunt laten. Ze heeft geen vaste formule voor haar stijl. ‘Ieder schilderij ontstond uit eigen innerlijke noodzaak’, schreef ze er over. Een denkwijze die geïnspireerd is op de publicatie Über dat Geistige in der Kunst van Kandinsky uit 1912, waarin geestelijk evenwicht en innerlijke harmonie belangrijke thema’s zijn. Beiden zijn te bereiken door vorm en kleur in evenwichtige balans te brengen, ieder kunstwerk opnieuw. Als je naar zo’n kunstwerk kijkt brengt dit harmonie in hoe je je van binnen voelt. Kandinsky noemde dit de Innere Klang, de innerlijke klank. Voor Lou Loeber waren de Innere Klang en de sociale gerichtheid haar belangrijkste drijfveren.
Ze was betrokken bij de oprichting van de Socialistische Kunstenaars Kring (SKK) in 1927, waar ze geestverwanten trof als Peter Alma, Fré Cohen en Gerd Arntz. De door de SKK in 1930 georganiseerde internationale tentoonstelling ‘Socialistische kunst heden’ (Stedelijk Museum, Amsterdam) was voor Loeber ‘het bewijs van de samenhang van een werkelijk lévend socialisme met de moderne vormgeving’, maar vier jaar later moest de SKK zichzelf opheffen wegens afnemende belangstelling. Ze maakte vaak meerdere versies van een werk. Zo kon ze de prijs van haar werk verlagen en maakte ze kunst toegankelijk voor meer mensen. Samen met haar echtgenoot, de kunstenaar en astroloog Dirk Koning, richtte ze in 1932 een Kunstuitleen op, om hun werk betaalbaar te verhuren.
Tijdens de Duitse bezetting schilderde Loeber niet. Ze weigerde lid te worden van de Kultuurkamer en kon dus moeilijk aan schildermateriaal komen. Haar echtgenoot was actief in het verzet - zelf hielp zij ook mee met het onderbrengen van onderduikers. Na de oorlog begon ze weer te werken. Haar werk werd abstracter, wat samenhing met haar teleurstelling in de maatschappij en politiek. En voor de jongere naoorlogse generatie abstracte kunstenaars werd zij een lichtend voorbeeld.
Het laatste deel van de tentoonstelling toont haar latere en meest abstracte werk, met als hoogtepunten ‘Groeikracht’ (1955) en ‘Verten’ (1956). In 1974 maakte ze haar laatste schilderij. De tentoonstelling – die alleen deze maand nog te zien is – is een bijzondere kennismaking met een fenomenaal talent en tegelijkertijd een toegankelijke kunstenaar.
- De tentoonstelling ‘Lou Loeber: Kunstenaar en idealist’ is te zien tot en met 27 september
- Adres Stedelijk Museum Schiedam, Hoogstraat 112, 3111 HL Schiedam.
- Website: https://stedelijkmuseumschiedam.nl/tentoonstelling/eerbetoon-aan-kunstenaar-lou-loeber/





