Jan Dibbets, Perspective Corrections, square in grass, Vancouver 1969 en links Jan Dibbets, The shortest day, 1970, collectie Van Abbemuseum
Door gastschrijver Antje von Graevenitz
Met foto’s trachten we meestal te bewijzen wat we hebben gezien. Maar het was Jan Dibbets die in 1967 met zijn fotografie aantoonde dat gestapelde vierkante plakken gras op een foto, genomen vanuit een standpunt opzij, net ruiten lijken. (Grass Rhombuses) Ons bewustzijn vertaalt die hier misschien makkelijk terug naar vierkanten, maar dat kan met andere foto’s van Dibbets veel moeilijker worden. Zijn onderzoek: kan een foto het bewustzijn van de kijker beetnemen? Het lijkt soms wel zo: een vierkant gat op een grasveld lijkt op een foto toch daadwerkelijk omhoog te staan (Perspective Correction - Square in Grass, Vanvouver, 1969). Je wrijft in je ogen en begrijpt het niet meteen. Laat een foto ook het onmogelijke zien? In werkelijkheid had Dibbets het gat niet als vierkant maar als trapezevorm uitgegraven. De metamorfose komt tot stand door perspectief en zodra je het weet, probeer je in je verbeelding het omhoog staande gat terug te leggen,
Dergelijke humorvolle ontdekkingen zijn talrijk in Jan Dibbets tentoonstelling in het H’ART Museum in Amsterdam. Hij concentreerde zich er op zijn werk uit de jaren 1966-1976 en noemde het Toward Another Photography. De bijhorende catalogus met zijn zorgvuldige afbeeldingen, lijkt qua vorm een vervolg op Dibbets’ tentoonstelling in Museum De Pont in Tilburg uit 2001, waar zijn latere werk te zien was. Het werd weer eens tijd om zijn vroege werken te tonen, lang na het Stedelijk Museum in 1972. Anders dan toen wordt de ‘revolutie’ van zijn werk voor de beeldende kunst voelbaar. Want wordt er niet ook tegenwoordig in de natuurkunde op gehamerd dat je je geen enkel doeltreffend “beeld” van de kosmische wereld kan maken, ook niet met een foto? Omdat de subjectieve geest zich immers altijd mengt met het objectieve? De uiteindelijke bewijskracht van een foto is daarmee van tafel, het was Dibbets die ons daarvoor de ogen opende. Maar Dibbets ziet zich geenszins als fotograaf. Hij begon als beeldend kunstenaar en bleef het. Zo stapelde hij in 1967 meerdere vierkant omlijste monochrome schilderijen op elkaar, (My Last Painting) voordat hij de camera tot instrument verkoos. Omdat hij vaak vasthield aan geometrische vormen openbaart zich Dibbets achtergrond als constructivist. En precies werkende onderzoeker van mogelijke combinaties en de omgang met licht, kleur en vorm. Om die reden bewonderde hij eerst vooral Piet Mondriaan als zijn “geestelijke grootvader”. Hij begon in Enschede als leraar kunsteducatie voordat hij opleidingen als kunstenaar volgde en daarna in London en New York gelijkgezinden trof. Toch voel je je in de presentatie van het H’ART Museum op geen enkele wijze geconfronteerd met een stoffige leer met behulp van de fotografie. Dibbets werk is vooral zeer humoristisch en stemt vrolijk. Het ging hem vooral om kunst. Hoe de daadwerkelijke natuur en het menselijke bewustzijn samenkomen, heel anders bijvoorbeeld dan in geschilderde landschappen als van Jan van Goyen of Claude Monet. Omdat hij volgens een plan en af en toe gedrukte aanwijzingen werkte, noemde men dit in zijn begintijd - voorbarig- ‘conceptkunst’ in lijn met bijvoorbeeld Joseph Kosuth en Lawrence Weiner. Omdat hij zijn onderwerpen in de natuur vond duidde men zijn kunst te eenzijdig als land-art zoals die van Richard Smithson, Richard Long en Hamish Fulton. Maar terwijl deze kunstenaars met behulp van foto’s hun - soms geometrisch gevormd werk - in de natuur “voelbaar” maken, gaat het Dibbets niet om de sensibiliteit van de kijker, maar om de fundamenteler ontdekking dat niet alleen kunst sowieso fictie is, maar ook onze kijk op de natuur. Met dit resultaat werd hij al gauw - en terecht - wereldberoemd, trouwens in het bijzonder in Polen, waar hij veel kunstenaars heeft geïnspireerd.
Anders dan anders begint zijn presentatie in het H'ART op de tweede verdieping met kleine zalen voor zijn intieme, de kijker vaak voor de gek houdende zicht op zijn waarnemingen en het fake-bestaan van de fotografie. Bovendien zijn er zo nu en dan andere sculpturale werken en video’s geïntegreerd. Evenzeer laten ze Dibbets veelzijdigheid en zijn humor blijken. Dan pas kom je als bezoeker in de grote zaal beneden, waar hij met zijn werk vooral de muren op een heel ongewone manier bespeelde. Overal wordt duidelijk hoe Jan Dibbets de fotografie in de jaren zestig/zeventig in de categorie kunst opnieuw binnen had gebracht als waardig medium voor nieuwe betekenissen. Hij was daarvoor de belangrijkste wegbereider. Generaties kunstenaars die er nu ook mee omgaan, weten waarschijnlijk niet meer hoe revolutionair deze daad was.
Voor meer informatie http://www.hartmuseum.nl
De expositie duurt tot en met 5 april.
Jan Dibbets 1966-1976: Toward Another Photography. 23-01- 2026 – 05-04-2026. Cat. met teksten van Marcel Vos en Eric Verhagen. 28,00 €)

