Door Lucie Th. Vermij
Jan Toorop is een grote naam in de Nederlandse kunstwereld, eind 19e, begin 20e eeuw. Vaak wordt hij in één adem genoemd met Vincent van Gogh en Piet Mondriaan. Hij was toonaangevend in het modernisme Onlangs is er een grote overzichtstentoonstelling ‘De werelden van Jan Toorop’ geopend in het Singer. De nadruk van de tentoonstelling – en dit is bijzonder - ligt op Toorops Chinees-Indische roots en hoe die doorwerkten in zijn kunst. Was Jan Toorop een ongrijpbare kameleon van stijlen, of multiculturele vernieuwer?
Begin twintigste eeuw gold de schilder Jan Toorop (1858-1928) als de meest avant-gardistische kunstenaar in Nederland. Hij was geboeid door nieuwe stromingen in de Europese kunst als pointillisme en art nouveau en gaf deze een geheel eigen vorm. Zijn werk werd niet alleen in Nederland bewonderd, maar ook in andere Europese kunststeden als Parijs, Wenen en Kopenhagen. Door zijn internationaal georiënteerde kunst en door tentoonstellingen te organiseren met kunstenaars uit de Europese voorhoede, bracht hij vernieuwing in de veelal conservatieve Nederlandse kunstwereld. Natuurlijk is hij ook bekend als de vader van Charley Toorop (1891-1955) en grootvader van haar zoon Edgar Fernhout (1912-1974).
Tegenwoordig hebben veel mensen geen duidelijk beeld meer van de kunstenaar Jan Toorop. Zijn werk lijkt een ratjetoe met weinig samenhang in de vele stijlen die hij hanteerde. Ik associeerde hem vooral met spirituele kunst: zijn symbolistische en katholieke periode, maar hij heeft zoveel meer gedaan. Dat zijn werk zo divers is hoor je ook bezoekers van de tentoonstelling tegen elkaar zeggen.
De vorige grote overzichtstentoonstelling van Toorop was in 2016 in het Kunstmuseum in Den Haag, waar hij trots gepresenteerd werd als een typisch Haags kunstenaar. Nu heeft hij heel wat jaren in Den Haag doorgebracht, maar zeker niet alleen maar... En zijn Indische afkomst en inspiratie kwamen in 2016 niet aan de orde.
Het Singer presenteert Toorop nu nadrukkelijk als een Indo-Europees kunstenaar van wie het Aziatische verleden is weggepoetst. Dat is de expliciet de insteek die Singers nieuwe senior-conservator Suzanne Veldink gekozen heeft. Voor zijn tijdgenoten waren zijn Indo-Europese achtergrond en uiterlijk onmiskenbaar. Hij was donker van kleur en had blauwzwart haar, en hij had in zijn leven veel met racisme te maken. Maar Veldink stelt dat zijn afkomst in de loop van de tijd doelbewust naar de achtergrond is geschoven: gaandeweg werd hij een ‘witte’ Nederlandse kunstenaar. Maar, zegt Veldink, juist Toorops Javaanse en Chinese wortels waren een constante. Zelf vatte hij dit aldus samen: ‘Indië heeft heel véél voor mij beteekend. Indië kan niet uit mij worden weggedacht. De grondslag van mijn werk is Oostersch.’
De biografie: Jan Toorop werd geboren in 1858 in Nederlands-Indië, uit Nederlandse, Noorse, Javaanse, Chinese en Brits-Indische voorouders. Op zijn tiende werd hij naar Nederland gestuurd om hier in een internaat onderwijs te genieten. Hij werd geacht om net als zijn vader een opleiding te volgen tot bestuurlijk ambtenaar, maar die brak hij in 1880 af om te gaan studeren aan de Rijksakademie in Amsterdam. Zijn geboorteland en zijn ouders zag hij niet meer terug.
Van jongs af aan was Jan Toorop een zelfbewust charismatisch persoon die volstrekt zijn eigen gang ging en vooral in de beginjaren nadrukkelijk zijn roots onderzocht. Het was zijn artistieke basis. Zo opent de tentoonstelling met een vroeg zelfportret uit 1880 van Toorop in gebatikte kleden. Voor Indo-Europese mannen was het ongebruikelijk om batik te dragen, dus dit schilderij zou je kunnen zien als een viering van zijn Javaanse identiteit. In die vroege jaren leest hij veel over de geschiedenis van Nederlands Indië, waaronder Multatuli’s Max Havelaar, maakt hij veel schilderijen en aquarellen waarop Indische voorwerpen te zien zijn. Ook hangt er uit die beginjaren een naakt zelfportret in een badkamer vol batik-kleden.
Uiteraard is ook Toorops beroemde Art Nouveau-affiche voor Delftse slaolie uit 1894 te zien, gemaakt in opdracht van de Nederlandsche Oliefabrieken (N.O.F.). De elegante vrouwfiguren met hun uitwaaierende haren en zwierige kleding doen denken aan wajangpoppen. Hij maakt ook boekomslagen zoals voor onder andere de autobiografische roman ‘Metamorfoze’ van Louis Couperus, ook uit Indië afkomstig.
In 1882 verhuisde Toorop naar Brussel, waar hij zich ontwikkelde tot een vernieuwend kunstenaar met internationale allure. Hij werd lid van de Belgische kunstenaarsvereniging Les Vingt en begon diverse nieuwe stijlen uit te proberen, waaronder het pointilisme. Een mooi grijs zeegezicht hangt naast vergelijkbare werken van H.W.Mesdag en James Ensor. In Brussel leerde hij ook de Schotse Annie Hall kennen, die er zang en Frans studeerde en ook veel schilderde en tekende. Zij trouwden en kregen hun dochter Charley. Annies familie woonde in Londen, waar zij regelmatig naar toe gingen. In Londen van die tijd heerste veel grote armoede, en enkele jaren was dit een belangrijk onderwerp voor de politiek geëngageerde periode van Toorop. Zo hangt er zijn beroemde schilderij ‘Werkstaking’, waarop een echtpaar te zien is in de avondzon op de vooravond van een grote staking in Charleroi. Terug in Nederland woonden de Toorop-Hall’s onder meer in Amerongen, Katwijk, Domburg, Loosduinen, Den Haag en Nijmegen. Daar ontwikkelde hij een meer spirituele stijl, waarmee hij aansloot bij een nieuwe richting in beeldende kunst en literatuur: het symbolisme.
In 1905 liet Jan Toorop zich dopen als katholiek, in navolging van zijn vrouw Annie. Daarop volgde een periode waarin zijn geloof een belangrijke bron van inspiratie is. Hij werd een groot voorvechter van katholieke kunst. Een zaal van de tentoonstelling is gewijd aan zijn diepe vriendschap/relatie met Miek Janssen, een ook zeer katholieke schilderes/dichteres, 32 jaar jonger dan hij, die hij in 1912 in zijn Nijmeegse jaren leerde kennen. Zij was toen 22, hij 54 jaar. Janssen had alles voor Toorops kunst over en publiceerde veel over hem. Zij stond model voor een aantal van zijn krijttekeningen, en op de kruiswegstaties voor de Sint-Bernulphuskerk te Oosterbeek, die tot stand kwamen in de jaren 1916-1919. Het is voor het eerst dat deze reeks buiten de kerk wordt getoond.
Voor wie de tentoonstelling gezien heeft zal Jan Toorop niet langer een ongrijpbare kameleon zijn, of louter boegbeeld van katholiek-spirituele kunst, maar een kunstenaar met een persoonlijke beeldtaal die de nieuwste trends uit de Europese moderne kunst vermengde met elementen uit de cultuur waar hij was opgegroeid.
Bij de tentoonstelling is een prachtige catalogus uitgebracht met schitterende grote afbeeldingen en interessante essays. De omslag wordt gesierd door het prachtige zelfportret uit 1881, waarop Toorop onverschrokken de wereld in kijkt.
- - De tentoonstelling ‘De werelden van Jan Toorop’ is te zien tot en met 10 mei 2026
- Adres: Singer Museum, Oude Drift 1, 1251 BS Laren.
- Website: https://www.singerlaren.nl/nl/agenda/de-werelden-van-jan-toorop-r2mx - Catalogus: Suzanne Veldink, ‘De werelden van Jan Toorop’, WBooks, 2026, ISBN 9789462587434, https://wbooks.com/winkel/kunst/de-werelden-van-jan-toorop/





